Algemeen

Een herdenkingsplek om even bij stil te staan

WEERSELO - Vrijdagmiddag 8 oktober jl is er in het bijzijn van familie van de gefusilleerde verzetsmensen en Joodse onderduikers een oorlogsmonument onthuld ter herdenking aan de twaalf omgekomen gefusilleerde verzetsmensen en Joodse onderduikers op de kruising van de zandwegen Sniedersveldweg en Knollerveldweg in Deurningen. 

In september en oktober 1944 werden op het Weerselose gedeelte van het vliegveld Twente twaalf verzetsmensen en Joodse onderduikers gefusilleerd en begraven. Pas in oktober 1947 werden hun lichamen gevonden. Vrijdagmiddag 8 oktober werden in het bijzijn van wethouder Benno Brand van de gemeente Dinkelland, leden van de Heemkunde “Oalde gemeente Weersel”, familieleden en genodigden drie oorlogsmonumenten onthuld door familie van de gefusilleerde verzetsmensen en van de Joodse onderduikers ter herdenking aan hun omgekomen familielid.

Vrijdagmiddag werden alle genodigden ontvangen met een kopje koffie of thee. Om 15.00 uur heette Bert Wolbert, voorzitter van de Heemkunde Weerselo iedereen van harte welkom. Bert: “Het is heel erg fijn dat er zoveel familieleden van heinde en verre zijn gekomen om hun dierbare overledene te herdenken. En hier staat vanmiddag een trotse voorzitter.Trots en dankbaar voor wat er de afgelopen periode door een drietal dames van onze vereniging, met hulp van nabestaanden en deskundigen, is gerealiseerd. Het is Mariet Blokhuis, Janneke Brummelhuis en Maria Löbker-Ribbert, na intensief onderzoek, vele interviews, teleurstellingen en organisatie talent gelukt,  hier op deze plek een totaal monument te realiseren dat uiting geeft aan, en inlichting  over, wat hier aan het eind van de WOII is gebeurd. Als Heemkunde hebben wij de taak de geschiedenis en cultuur te onderzoeken, te beschrijven en vast te leggen. Hier hoort ook bij de geschiedenis van de WOII. 

De genoemde dames waren hier intensief mee bezig en stuitten op het boek ’De lijst van Haeck’, van de schrijver Benno van Helden. In dit boek worden de namen genoemd van de mensen die in de WOII in deze regio zijn omgekomen. De dames namen contact op met Van Helden en kregen van hem te horen dat er in een uithoek  van het vliegveld Twente verzetsstrijders en Joden waren vermoord en gedumpt in bomkraters.  En of zij wel wisten dat deze plek was gelegen in de toenmalige gemeente Weerselo. Hoeveel mensen er zijn vermoord is niet zeker, maar in 1947 werd op aanwijzing van een Duitse SD leider in het bewuste gebied onderzoek gedaan. twaalf lichamen werden opgegraven, elf van hen konden worden geïdentificeerd. Bij één lukte dit niet.

Zij werden daarna met gepaste eerbied herbegraven op de begraafplaatsen vanwaar zij kwamen. Maar van een monument kwam het nooit. Tot nu toe. Na 77 jaar!

Waarom? Ik denk dat dit voort komt uit het feit dat wij ons realiseren dat wij al ruim 75 jaar leven in vrede, dat is uniek en daar zijn we dankbaar voor. Dit moeten we koesteren. En door nu juist de verschrikkingen van de WOII in beeld te brengen, op welke wijze ook, willen we de bevolking bewust te maken van onze vrijheid waarin we nu leven en dat we er alles aan moeten doen dit zo te houden

We staan hier nu tegenover de plek waar alles is gebeurd.”

Wethouder Benno Brand vertelde namens de gemeente Dinkelland iets over het verzet tijdens de oorlog. “Tijdens de oorlogsjaren hebben de Duitsers vliegveld Twente in bezit genomen en uitgebreid. Voor de mensen, veelal boeren die hun boerderij of woning moesten verlaten voor de uitbreiding was het een vreselijke tijd. Na de oorlog is gebleken dat het vliegveld ook een plek was om mensen te laten verdwijnen. In september en oktober 1944 werden een aantal mensen uit het verzet en Joodse onderduikers gefusilleerd om ze vervolgens in bomtrechters te laten verdwijnen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn er overal in Europa personen en organisaties die zich verzetten tegen de Duitse bezetters. Het verzet heeft onder andere geholpen met het onderduiken van Joden, dwangarbeiders en politieke tegenstanders. Het verzet was erg belangrijk tijdens de Tweede Wereldoorlog. We willen daarom vandaag stil staan bij de zes omgekomen verzetsmensen en de zes Joodse slachtoffers. We zijn hier om tegen elkaar te zeggen dat we nooit meer oorlog willen. Dat we een toekomst willen met vrede, veiligheid en respect voor elkaar. Ik hoop dat deze plek goed bezocht gaat worden om kennis te nemen wat er gebeurd is in de Tweede Wereldoorlog”.

Bert Wolbert vervolgt: “Voordat we het monument gaan onthullen zal ik eerst de elf namen noemen van de verzetsmensen en Joden die hier in september 1944 zijn vermoord en weggestopt in een bomkrater. Ik noem ze in alfabetische volgorde.  Drie vrouwen en acht mannen: Herman van Coevorden 19 jaar, Eduard Denneboom 54 jaar, Bernardus Evers 32 jaar, Jules Haeck 50 jaar, Gerrit Hulsbeek 34 jaar, Jannes Hulsbeek 25 jaar, Jeanette Meijers-Spier 37 jaar, Geert Schoonman 27 jaar, Hedwig Wolff-Maschke 71 jaar, Rika van Zuiden-ten Brink 50 jaar, Hessel Zwarts 26 jaar. Een onbekend slachtoffer kon niet worden geïdentificeerd, het was een mannelijk slachtoffer”. De drie monumenten: een herdenkingsbord, een bankje met de tekst: “Kijkend in de verte….wordt het stil in mij” en een herdenkingssteen met alle namen werden  onthuld door de kleinkinderen van enkele slachtoffers. Annemarie, Lilian en Jeroen, kleinkinderen van Bernard Evers, Remco, Esther en Menno, kleinkinderen van Jules Haeck, Rachel Denneboom, kleindochter van Eduard Denneboom.

Maria Löbker – Ribbert : ‘Ik ben diep onder de indruk. Hetgeen waar wij aan begonnen zijn en dat het zo mooi zou zijn. Dank jullie wel allemaal. Er zijn gebeurtenissen in je leven die je niet snel vergeet. Er waren momenten waar je stil van werd. Toen Benno van Helden in 2019 zei: weten jullie als Heemkunde wel dat er op Weerselo’s grondgebied op het vliegveld mensen zijn gefusilleerd in de oorlog: nee, dat wisten we niet. Toen we samen met Adrie Roding een bezoek hebben gebracht aan die plek binnen de Technology Base. Dat vergeet je niet. De gesprekken en mailwisselingen met de familieleden van de slachtoffers, het gesprek met Els Denneboom….. onuitwisbaar….Maar met dat alles moesten we iets doen. We moesten een bepaalde stilte doorbreken. Er werd een werkgroep gevormd: Janneke, Mariet, Henk, Eddie en Jos.  We wilden een monument, een herdenkingsplek. Deze plek is zorgvuldig gekozen. Zoals vanmiddag al gezegd kijk je vanaf hier op de plek waar zeker twaalf mensen hun leven verloren en drie jaar lagen begraven zonder dat iemand het wist.

De familie Boers wilde graag een hoekje van dit bosperceel afstaan voor dit herdenkingsmonument. Bedankt.

De plek werd kaal gereed gemaakt door Eddie en Henk. Iedereen die op welke wijze dan ook z’n steentje heeft bijgedragen, allemaal heel hartelijk bedankt.” 

Hierna konden alle aanwezigen een bloemetje leggen bij het monument.

Het was een indrukwekkende middag. Heel bijzonder dat dit na ruim

vijfenzeventig jaar op deze bijzondere plek gerealiseerd is. De Stichting Dorpsbelang Deurningen gaat de plek onderhouden.

 

Rachel Denneboom, achterkleindochter van de omgekomen Eduard Denneboom sprak namens de Joodse gemeenschap. 

”Op 29 februari 2020 stonden we samen op de plek waar het leven van onze familieleden eindigde en tegelijkertijd was het de plek waar het idee van dit monument begon. Ik stond daar samen met mijn oma, die na al die jaren zag waar haar schoonvader was vermoord.

Vandaag sta ik hier samen met moeder, ook namens mijn oma die op 9 september is overleden. We hebben haar gelukkig nog kunnen vertellen dat het monument er komt.

Het einde van de oorlog was in zicht en toch…en toch werden onze familieleden op de valreep vermoord. Mijn opa zat in Limburg en het zuiden werd bevrijd in september ’44. Terwijl zijn vader op hetzelfde moment werd vermoord. Wranger kan bijna niet.

Eind jaren ‘30 komen er veel Joden, waaronder mijn familie, vanuit Duitsland naar Twente. In de hoop en waarschijnlijk de veronderstelling hier veilig te zijn.

Niets blijkt minder waar. In januari 1941 moet de burgemeester al een lijst hebben met de namen van Joodse inwoners van zijn stad. Er komen 1368 getekende formulieren op het stadhuis. 1368 mensen die zich nog niet bewust waren hiermee eigenlijk hun doodvonnis al getekend te hebben. Op 13 september 1941 worden er telefoonkabels doorgeknipt. De Duisters zijn woedend en de represaille maatregelen zijn dramatisch. 105 mannen uit Twente worden opgepakt en naar de gymzaal van het Stedelijk Lyceum in Enschede gebracht. Ze hebben geen idee wat hen te wachten staat. De volgende dag gaat hun trein naar concentratiekamp Mauthausen. Niemand keert terug. Vanaf dat moment weten de Joodse mensen in Twente dat in een trein naar Duistland, Polen of Oostenrijk betekent dat daar het eindstation zal zijn.

Daarna gaat het snel, vanaf 1942 wordt het dragen van de ster verplicht en gaan mensen onderduiken. De Joodse Raad in Enschede, die bestond uit Sig Menko, Isidoor van Dam en Gerard Sanders, had daar een belangrijke rol in. Zij kozen voor de mensen en tegen de Duitsers. Achteraf een veel betere keus dan al die andere Joodse Raden in het land maakten. Zij kozen voor samenwerking met de nazi's ‘om erger te voorkomen'. Niet alleen de Joodse Raad, maar ook de niet-joodse textielfabrikanten die mee betaalden aan de onderduik en mensen als dominee Leendert Overduin hebben geholpen. Later bleek dit het eerste onderduiknetwerk van Nederland te zijn. Vertellen over de oorlog is meer dan feiten en cijfers.

Persoonlijke verhalen vertellen zoveel meer dan de hoofdstukken in de geschiedenisboeken. Ze raken ons, omdat ze gaan over moed, opoffering en wanhoop. Over de dood en over angst en pijn. Over verraad, vooroordelen en leugens. 

“Verhalen over hoop, liefde… en zelfs over vrede”

Daarom wil ik graag één verhaal met u delen dat gaat over mijn eigen overgrootmoeder. Tussen 3 maart en 20 juli 1943 zijn er 34.313 Joodse mannen, vrouwen en kinderen in negentien treinen vanuit Westerbork gedeporteerd naar vernietigingskamp Sobibor. In de trein van 18 mei 1943 zat mijn overgrootmoeder, Felice Denneboom. In 1939 komt zij met haar gezin vanuit Duitsland naar Enschede. In 1942 besluiten mijn overgrootouders dat ze hun drie kinderen laten onderduiken en zelf nog aan de Waldeckstraat blijven wonen. Ook spreken ze samen af dat als er op de deur geslagen wordt, dat één van hen dan opendoet, zodat de ander kan vluchten en er straks voor de kinderen kan zijn. En dat gebeurt in maart 1943. Mijn oma doet de deur open en ging daarmee haar dood tegemoet…

Hoe het met mij overgrootvader is afgelopen, weet u, want daarom zijn we hier.

Mijn overgrootmoeder gaf haar trouwring aan de Nederlandse politieagent die erbij was toen ze werd opgepakt. De agent heeft de ring vier jaar bewaard en in 1947 heeft hij deze aan mijn opa gebracht. Kort daarna gingen mijn opa en oma trouwen en uiteraard werd dit mijn oma’s trouwring. Mijn oma heeft mij dit pas een paar weken voor haar overlijden op 9 september 2021 verteld en de ring heb ik direct daarna gekregen. Het is voor mij een verhaal over hoop, liefde… en zelfs over vrede.” 

Ine Flinkers