Algemeen

Herman en Annie ‘Teup’n’ zestig jaar getrouwd

DENEKAMP – Oud-wethouder van Denekamp Herman Oude Elferink en zijn vrouw Annie Oude Elferink-Morsink kregen op donderdag 11 januari jl. bezoek van de huidige burgemeester van Dinkelland, John Joosten. In een gezellige woonkamer vol familie vierden ze hun zestigjarig huwelijksjubileum. En het was dubbel feest, want ook is Annie op deze dag 85 jaar geworden. De burgemeester kwam namens de gemeente bloemen en felicitaties overbrengen aan het diamanten echtpaar.

Zilverpapier zoeken in de oorlog

Het huis van het echtpaar aan de Berghummerstraat in Denekamp is tevens de woning waar Herman Oude Elferink op 9 januari 1937 het levenslicht zag. Het gezin Oude Elferink, in Denekamp beter bekend onder de familienaam ‘Teup’n’, bestond uit zes kinderen. Vijf jongens en een meisje waarvan Herman de op één na jongste was.

Aan de andere kant van het dorp, aan de Spittendijk, werd op 11 januari 1939 Annie Morsink geboren. Ook Annie was de op één na jongste, maar dan in een gezin bestaande uit acht kinderen waarvan vijf meisjes en drie jongens.

Van de oorlog in hun kindertijd kunnen beiden zich nog ‘flitsen’ herinneren. “Ik kan me nog herinneren dat ma met de jongste bij het kraambed moest blijven terwijl wij allemaal de schuilkelder ingingen wanneer het luchtalarm afging. Een ander beeld dat ik nooit vergeet is toen ik met een oorontsteking in Enschede in het ziekenhuis lag. Er kwamen allemaal Duitse soldaten langs die teruggingen toen de oorlog ten einde kwam. Mijn moeder ging van Denekamp naar Enschede op de fiets en was nog bang dat ze onderweg haar fiets in beslag zouden nemen”, vertelt Annie. “Wij gingen in die tijd altijd zilverpapier zoeken”, vult Herman aan. “De Duitsers hadden een radar waarmee ze vliegtuigen konden zien. De vliegtuigen van de geallieerden lieten zilverpapier vallen om de radar van de Duitsers te verstoren. Dan gingen wij het zilverpapier zoeken in de velden. Veel meer was er toen niet. Ik heb ook nog een keer ‘ ’n lik an de kop had’. De Duitsers zaten hier ingekwartierd en ik hield er eentje een stuk papier voor dat ik steeds terugtrok wanneer hij het wou pakken. Ik wist niet eens wat erin zat.”

De familie ‘Teup’n’ kreeg later te maken met zware verliezen. Herman’s enige zus overleed op 13-jarige leeftijd en één van zijn broers op 15-jarige leeftijd. Het laatste gebeurde tijdens een ongeval dat Herman zich nog herinnert als de dag van gisteren. “Na het werk fietsten we beiden met een groep van Oldenzaal naar Denekamp. Mijn broer Anton had net zijn eerste loon op zak. Met een paar jongens hielden ze zich bovenop de ‘Oldenzaalse bult’ aan een vrachtwagen vast, de Parallelweg was er toen nog niet. Ik fietste er honderd meter achter en zag opeens dat er wat mis was. Er stonden jongens om iemand heen die op de grond lag. Ik fietste ernaartoe en zag dat het mijn broer was. Hij had een stok in zijn wiel gekregen en was over de kop gevlogen. Hij was op slag dood. En dan kom je thuis en moet je dat als jonge jongen aan je ouders vertellen. Slachtofferhulp was er toen nog niet.

Een ander dieptepunt is dat mijn vader Hendrik veel te vroeg is overleden. Hij was zestig en ik was nog maar twintig. Hij is overleden aan de ziekte van Weil, dat kenden ze toen nog niet en hebben ze veel te laat ontdekt. Ik vind het jammer dat hij Annie nooit heeft gekend.”

Huwelijksfeest bij het café waar ze elkaar leerden kennen: De Kul

Zowel Herman als Annie groeiden op in een groot en warm gezin in Denekamp. Uiteindelijk leerden ze elkaar eind 1958 kennen tijdens een dansavond bij De Kul. Ze kregen verkering. “Het was buiten bij De Kul en mijn zus zei ‘ach, probeer het toch eens’ en zo is het eigenlijk gekomen”, lacht Annie. Na vijf jaar trad het stel in het huwelijksbootje. Op 24 oktober 1963 voor de wet op het gemeentehuis in Denekamp en op 11 januari 1964, op Annie’s 25e verjaardag, in de Sint-Nicolaaskerk. Na het kerkelijk huwelijk werd het feest voortgezet bij het café waar Herman en Annie elkaar leerden kennen: De Kul.

“Het was die dag smerig koud. Er was jachtsneeuw en het vroor 8 graden toen we naar de kerk gingen”, herinnert Annie zich. Na het huwelijk trok het kersverse echtpaar in Herman’s ouderlijk huis aan de Berghummerstraat. “We hadden het huis toen verbouwd. Mijn moeder kreeg een eigen deel ernaast waar ze, dankzij Annie die haar heeft verzorgd, tot haar overlijden kon blijven wonen. Ze is nog 95 jaar geworden.” In hetzelfde huis kregen Herman en Annie later twee zoons (Paul en René) en een dochter (Sabine).

Wethouder Oude Elferink

Enkele jaren voor het huwelijk werd Herman actief in de politiek van Denekamp. “In 1962 begonnen we een eigen partij waarmee ik in de gemeenteraad kwam. Er waren partijen voor katholieke en protestantse kiezers en het waren vooral de grote boeren en middenstanders die het voor het zeggen hadden. Daarom hebben wij de Vrije Werknemers Groepering opgericht. Dat was toen wel een ding. Sympathisanten werden elders geroyeerd en we hadden maar vier kandidaten omdat niemand op de lijst durfde. ‘Communisten dat bi’j!’ werd er zelfs gezegd. Na de verkiezingen kwamen we alle vier in de raad, we hadden zelfs stemmen over. Na de raadsvergaderingen dronken we bij Café Wintels altijd een borreltje voor de goede verstandhouding.

Van 1969 tot 1978 was ik wethouder. Ik wilde toen alleen nog gemeenteraadslid zijn omdat het te druk werd met de kinderen en mijn gewone baan als postbode. Ik werkte 40 uur bij de post en was daarnaast zo’n 30 uur druk met het werk bij de gemeente. Ik werkte 70 uur in de week, het was leuk maar wel zwaar.” “We gingen op zondag altijd naar mijn ouderlijk huis aan de Spittendijk. Dat was net een ‘zoete inval’, altijd heel gezellig. Alleen Herman was altijd de hele dag druk met stukken voor de gemeente doornemen en vaak ging dan ook nog de telefoon wanneer iemand kampioen was geworden. Dan moest hij weer komen opdraven bij het voetbal, volleybal of klootschieten om iemand te huldigen”, vult Annie aan.

“Maar in 1981 mocht er een derde wethouder bijkomen en hebben ze mij opnieuw gevraagd. Met toestemming van mijn vrouw ben ik toen opnieuw 5 jaar wethouder geweest. De Vrije Werknemers Groepering is later opgegaan in een lokale partij, de voorloper van het huidige Lokaal Dinkelland. Uiteindelijk ben ik 24 jaar gemeenteraadslid geweest, waarvan 14 jaar wethouder. Daarna ben ik uit de politiek gegaan en heb ik mij nooit meer ergens mee bemoeid, 24 jaar was lang genoeg”, lacht Herman.

De post, paasgebruiken en ijsclub generatie op generatie doorgegeven in de ‘Teup’n’ familie’

“Het was een grote bruiloft met veel gasten door alle clubjes waar Herman bij zat”, blikt Annie terug. “Ik was bij de ijsclub, de wielerclub, de kegelclub en de gemeenteraad. Ik heb ze allemaal maar uitgenodigd”, beaamt Herman. Net als mijn vader was ik druk op de ijsclub, daar ben ik 53 jaar penningmeester geweest. Ik zit er nog steeds bij, maar we zijn nu nog maar met twaalf mensen. Met de wielerclub hebben we nog 27 jaar de meesterronde gedaan op de Kerkeres. Joop Zoetemelk en Hennie Kuiper hebben er nog hun rondjes gefietst. De kegelclub was ook mooi, maar dat is noodgedwongen gestopt toen er in Denekamp geen kegelbaan meer was.

Bij de traditionele paasgebruiken in Denekamp had ik de taak om de paasstaak aan te steken en het gat te graven. Dat is ook van generatie op generatie gegaan. De ‘Judas’ zat toen nog altijd op de lagere school, dat was beter want er gingen veel meer kinderen van school mee ‘eier gadder’n’ dan nu. Op 13-jarige leeftijd was ik Judas, toen kon ik nog klimmen als een aap! Onze zoons Paul en René hebben de taken bij de paasgebruiken overgenomen. Het graven van het gat voor de paasstaak doen we samen met de familie Wolkotte. Ook mijn vader, al mijn broers en Paul en René zijn Judas geweest. De paasgebruiken worden weleens gekscherend het ‘Teup’n’ feest’ genoemd.

Wat ook van generatie op generatie doorgegeven wordt is het beroep van postbode. Dat gaat zelfs terug tot ergens in de 19e eeuw. Net als mijn vader en overgrootvader was ik postbode. Nu is onze oudste zoon Paul postbode. De familie ‘Teup’n’ is een echte postbodefamilie.”

Terwijl Herman actief was in het verenigingsleven, vermaakte Annie zich vanachter de naaimachine. “Voor het trouwen heb ik altijd in de confectie gewerkt. Het is altijd mijn hobby gebleven. Toen in Oldenzaal de carnavalsvereniging De Spanvöggel werd opgericht, heb ik alle capes en steken voor de hele Raad van Elf gemaakt. Ik heb maanden zitten naaien. Er zat in de woonkamer altijd een schuifdeur tussen waar de kinderen niet achter mochten komen wanneer ik daar achter de naaimachine zat. Herman en ik hebben allebei ernstige gezondheidsproblemen gehad, maar we zijn er goed bovenop gekomen en ik zit weer achter de naaimachine. Vanochtend zijn we door de kinderen en kleinkinderen verrast met een feestelijk ontbijt en hebben we een mooie reis aangeboden gekregen. Dat is het mooiste cadeautje wat je kunt krijgen; als je allemaal samen bent”, besluit Annie.