Algemeen

Jubileum: ‘t Wubbenhof ononderbroken 50 jaar thuishaven c.v. De Nachtuulkes

Of het nu wel of niet uniek in de regio is, maar het feit dat Zalencentrum ’t Wubbenhof dit jaar precies een halve eeuw het carnavalsbolwerk van de even oude carnavalsverniging De Nachtuulkes is,  is toch wel een bijzonderheid. In de carnavalswereld mag dan ‘50’ geen jubileumaantal zijn, in de ‘normale’ maatschappij is het dat wel! En dat jubileum werd afgelopen zaterdag uitbundig gevierd, waarvoor het residentiehouders-echtpaar Guus en Hedwig Veltmaat iedereen hadden uitgenodigd die bij de activiteiten binnen de residentie op een bijzondere manier nauw betrokken is en vooral ook geweest is. 

Van die laatsten en dan met name de oprichters van het georganiseerde carnaval bij ‘De Wub’ en dus van de  carnavalsvereniging de CV De Nachtuulkes, zijn er helaas niet veel meer in leven. Eén van hen is Henk Pil, de man met een grote staat van dienst binnen het carnaval met achtereenvolgens  ‘ ‘Graats (Gerard) en Marietje Veltmaat’ en Guus en Hedwig als residentiehouders’. Met Henk, in 1992 sik van de ook al weer jaren geleden overleden hertog Bernard III (Van Benthem), gala-artiest en medeoprichter en lid van de eerste hofkapel De Oel’nbloazers, en Guus, sik van hertog Marcel I (Timmerhuis) in 1996,  een gesprek over vooral ‘hoe het begon’. . ….Zelf kwam ondergetekende, pas inwoner van Denekamp, meteen al in contact met het carnaval bij Wubbenhof en dan als correspondent van het dagblad Tubantia. Dat was voor een verslag van de eerste gala-avond, waarbij Graats zei: ‘Voor dat feest moet u in de zaal hierachter zijn…’ Reactie aan ’t schap: ‘Wel is dat en wat kump den hier doon..?’ Graats : ‘Den is van de kraant..’

 

*’Een eig’n carnavalsvereniging? Dat kan wa, mar dan wod ik de eerste hoogheid….’

Die eerste ‘confrontatie’ leidde al snel tot de verdere kennismaking met het carnaval en met de oprichters en de eerste hoogheden die als titel ‘hertog’ kregen, want er waren binnen de gemeente al en prins (Köttelpeern) , een graaf (Veldmuuskes) en een groot-hertog (Waterpönskes). Henk Pil was het die samen met Harry Oude Elferink en de inmiddels allemaal al overleden café-vrienden Bernhard van Benthem, Gerard Fischer, Henk Schleiferboom, Koos Nijmeijer en Rudi Derksen in 1969 tot de beslissing kwamen een eigen carnavalsverniging op te richten. Dat gebeurde na afloop van de optocht in Oldenzaal: “Dan kwamen we altijd allemaal  bij Graats en Marietje terecht en bouwden dan daar een groot feest. Geert Fischer zei over die oprichting: ‘Dat kan wa, mar dan wodt ik de eerste hoogheid.’ En dat gebeurde ook. De naam van de vereniging ‘De Nachtuulkes’ werd bedacht door de bij het caféfeest zondagsmiddags na de Oldenzaalse optochten ook steeds aanwezige Truus Keizer.”

De vereniging kwam er in 1970 en de eerste hoogheid werd in 1971 Gerard I (Fischer) met als sik Henk Smeing. Guus zit er bij, maar herinnert zich daar allemaal niets van. Hij was immers nog maar twee/drie jaar oud. Met de komst van de eerste hoogheid begon een bruisend carnavalsleven in het in 1970 meteen tot thuishaven/residentie van de nieuwe vereniging uitgeroepen café van Graats en Marietje. Dochter Annemiek behoorde jaren later ook tot de eveneens al vlot aantredende groep dansmarietjes. Henk vertelt smeuïg over de verdere ontwikkeling van de vereniging met de spetterende opkomst van de jaarlijkse hoogheid, eerste galavoorstellingen, de Rosenmontag-bals, de zondagmiddagfeesten en wat jaren later de oprichting en optredens van de hofkapel De Oel’nbloazers, waarvan hij zelf meteen lid was: “Ja, het eerste optreden was bij de intocht van hertog Albert I (Koop) die daar op aan had gedongen. Op het repertoire nog maar één lied, namelijk dat van de Petreuliekan. Graats kwam bij dat spelen binnen met een pet op en met een oude petroleumkan zwaaiend (zie foto). Dat werd meteen zo’n beetje het lijflied van de kapel die les kreeg van Appie Boers. Man, man, wat’n feesten. Henk Schleiferboom was de beveiliger aan de deur en liet bij de georganiseerde feesten nooit iemand binnen die niet lid was. Hij was daar zeer strak in!” 

 

*Guus: Van jeugdig ‘glazenophaler’ tot residentiehouder

Triest was het dat Graats kort daarna (1980) overleed. Maar Marietje zette met haar sympathieke uitstraling en ‘moederlijke’ inbreng het runnen van ’t Wubbenhof vol energie voort met zoon Guus, nog maar 15/16 jaar oud, als meteen al haar grote steun en toeverlaat. Guus: “Ja, ik was daarvoor al jaren bezig met bijvoorbeeld het ophalen van lege glazen. Ik was een soort ‘glazenwasser’ dus. Als jongen zocht ik na afloop van de feesten vaak nog even het parkeerterrein af naar verloren muntjes…!” In de loop van de jaren trad Marietje uiteraard meer terug en werd Guus definitief haar opvolger op het bedrijf. Maar Marietje bleef wel tot op het laatst haar steentje bijdragen door samen met Truus Hermelink (‘tante Truus’) de verkoop van muntjes te regelen bij de grotere feesten. Nadat Guus en Hedwig in 1989 waren getrouwd werden zij de residentiehouders.. Het gesprek met Henk en Guus werd , natuurlijk zou je kunnen zeggen, een gesprek vol anekdotes en over de meest hilarische moment uit 50 jaar residentie! Henk: “man ie kunt ‘r wa een boek oaver schriev’n..!” Ook de nieuwe generatie carnavalsvierders heeft er een geweldige thuishaven, waartoe verder de leden van de jongerencarnavalsvereniging De Greune Köttelpeerkes behoren. Zij vieren bij ‘de Wub’ de grote verenigingsfeesten als de intocht van hun jonker en hun jonkerbal. Samen met de wat jongere generatie Nachtuulkes  heeft afgelopen zaterdag evenwel de oudere, vaste kern van de vereniging van dat 50 jarig bestaan van de residentie opnieuw een  ‘mooi feestje gebouwd’. Guus en Hedwig hadden hen allemaal daartoe uitgenodigd en ze zorgden, zoals bij jubilea vaak het geval, daarom voor een mooie ‘bôg’n met reuskes’ voor de ingang van de residentie, al jaren gesitueerd in de grote feesttent die tijdens de carnavalsperiode verrijst voor de ingang van de grote zaal. Die feestboog boden ze meteen na het gereedkomen zaterdagmiddag aan, waarna het jubileumfeest, met Henk (en Anneke) als en soort ‘godfather’ in hun midden. Ook ondergetekende was daarbij uitgenodigd als de interviewer van meer dan twintig hertogen voor de jaarlijkse carnavalskrant en verslaggever van de gala-avonden. Bij de aanvang werd onder leiding van oud sik Huub Pot (2003) namens alle genodigden nog een fraai geschenk aangeboden en het residentie- echtpaar. Voor velen van hen zullen drie van de bij dit artikel geplaatste foto’s uit ‘ver vervlogen tijden’ zijn. Tja, 50 jaar is ook een heel eind…..

 

Redactie pagina: PBJ/Bas Jägermeister

aan Guus

      en Hedwig aangeboden boog