Uitgaan & Cultuur

Een goed jaar voor Openluchtmuseum Ootmarsum

OOTMARSUM - De jaarlijkse bijeenkomst van de vrijwilligers van de musea Openluchtmuseum en Drostenhuis Ootmarsum vond op 28 februari plaats in de Gasterij Oatmossche. Er werd teruggekeken, bestuursleden gaven een overzicht over 2019 en er werd vooruit gekeken. Voor alle vrijwilligers was een presentje in de vorm van een goodiebag ofwel een ‘plezeer-tuutke’. Hieraan was toegevoegd een bundel met de teksten van de vernieuwde audio-tour en het jaarboekje.

Hennie Olde Loohuis, voorzitter, schrijft in het jaarboekje ‘Het Klöpke’: 
“Het was een jaar om trots op te zijn. Sinds de oprichting van de stichting in 1997 is er veel gebeurd, maar dit jaar was wel heel bijzonder. Er is gezwoegd, er is getimmerd, er is gebouwd, er is ingericht, er is geschilderd, het groen is verzorgd, er is georganiseerd, er zijn overuren gemaakt, er is schoongemaakt, er is promotie gemaakt, er zijn evenementen georganiseerd, er is gedocumenteerd, er is geconserveerd, maar bovenal zijn onze meer dan 30.000 bezoekers goed ontvangen.
 
De nieuwe setting van de gebouwen in het museumpark heeft z’n beslag gekregen. De Weemhof is een eerste aanlooppunt voor de bezoekers geworden, de kapschuren geven een mooi beeld van de werktuigen en het rollend materieel, het leven van de bijen is te zien in de nieuwe bijenstal. De grote wens van de vrijwilligersploeg ging in vervulling: een mooie nieuwe werkplaats werd gebouwd met een aparte ingang aan de Beverfordestraat. Een timmerwerkplaats, een montageruimte en onderhoudsruimte inclusief toiletten geven onderdak aan de bouwploeg en de collectieploeg. Het resultaat van deze nieuwe voorziening is al duidelijk te zien. De gebouwen, de collectie en het park zien er tip top uit en dagelijks horen we complimenten ven de bezoekers dat het geheel er zo verzorgd uitziet.
 
Ook bestuurlijk zijn er vele ontwikkelingen. De besturen van de stichtingen Openluchtmuseum en Drostenhuis Ootmarsum zijn samengegaan. De gesprekken over een wijziging van de eigendomsverhouding zijn met de gemeente in gang gezet, waardoor het museum de gebouwen en collecties in bezit gaat krijgen. Helaas hebben we veel te vroeg afscheid moeten nemen van Frans Swennenhuis, de portefeuillehouder gebouwen van het museum. Ook het overlijden van Wim Leverink, voorwerker in de collectieploeg, doet een behoorlijke aanslag op het inhoudelijk functioneren van het museum. Bij de museumgidsen van het Drostenhuis moesten we afscheid nemen van Gerard Borggreve. 
 
We mogen ons gelukkig prijzen dat er veel mensen zijn die het museum een warm hart toedragen en ook de handen uit de mouwen willen steken. Het vrijwilligersaantal van beide musea ligt op dit moment op 110 personen. We zijn bijzonder verheugd dat we mevrouw Lizette Velthuis bereid hebben gevonden de portefeuille onderhoud gebouwen op zich te nemen.
 
Voor de komende jaren zijn er in de toekomstvisie van het museum concrete zaken vastgelegd om onze plek in de markt te kunnen handhaven. Vernieuwing, kwaliteitsverhoging, passende evenementen, goede bezoekersbegeleiding en een boeiende presentatie van het erfgoed, zijn hierbij de sleutelwoorden. Onze musea geven aan de vele bezoekers een waardevolle mogelijkheid op een interessante manier kennis te maken met het Twentse verleden in het ‘Land van Heeren en Boeren’. 
 
We gaan positief de toekomst in en staan op de bres voor een goed rentmeesterschap van het ons toevertrouwde Twentse erfgoed.”