Uitgaan & Cultuur

Openbare avond Vereniging Heemkunde Oalde Gemeente Weerselo

WEERSELO - De Vereniging Heemkunde Oalde Gemeente Weerselo organiseerde op 19 oktober jl. een openbare avond in Deurningen. De avond vond plaats in het sportcentrum van DSVD en de belangstelling was overweldigend: ruim 100 bezoekers. Om 19.30 uur opent voorzitter Bert Wolbert de avond en geeft aan dat de avond eigenlijk in 2020 gepland was, maar vanwege het coronavirus niet doorgegaan is. Verder legt hij uit, dat de vereniging eenmaal in de vier jaar een dorp bezoekt van de oude gemeente Weerselo: Deurningen, Rossum, Weerselo en Saasveld.

Bert schetst het doel van de vereniging: "kennis van de streek bevorderen en cultuur te behouden. Wij denken hierbij aan archeologie, geschiedenis, volkskunde, streektaal, genealogie, kunst, natuur en landschap". Tweemaal per jaar verschijnt ‘Oet de Boerschopn’, een kleurrijke uitgave met interessante verhalen over cultuur en historie van de dorpen uit de oude gemeente Weerselo.

De avond bestond uit interessante lezingen van:

Celeste Alink: - archeologe (werkt voor Landschap Overijssel): "in het laatste jaar van mijn studie Archeologie in Groningen heb ik een studie gedaan naar de cultuurhistorische elementen van 't Holthuis, een gebied dat grenst aan het vliegveld Twente". "Gebruikmakend van de basiskennis van Martin Degen over dit gebied, heb ik verder onderzoek gedaan".

Haar onderzoek heeft zich gericht op de cultuurhistorische elementen uit het:

- Tijdvenster 1: Natuurlijk landschap met Prehistorische bewoning(<800 n. Chr.)

'T Holthuis bevindt zich in een zgn. dekzandlandschap met loofbos, kampen en esdorpen, heidevelden weide- en hooilanden. Later kwamen daar de landgoederen en naaldbos bij. In de 20ste eeuw vonden er ruilverkavelingen plaats.

De legenda geomorfologie laat de ligging van 't Holthuis zien in het landschap met de stuwwal, Deurningerbeek, dekzand langs de beek en beek begeleidend bos.

De prehistorische bewoningslocaties waren op het dekzand langs de beek.

Wat is er heden ten dage nog zichtbaar uit deze tijd: grafheuvels en mogelijke nazaten van het prehistorische natuurlijke beek begeleidend bos.

- Tijdvenster 2: Ontginning vanaf de Middeleeuwen (800-1850)

In die tijd werd de grond ontgonnen en ontstond de marke Deurningen met Boven Deurningen, het Schaddenveld en Koksveld. Ook ontstonden toen de essen, erven en gebouwen: Groot Holthuis, Klein Holthuis, Dijkboer (is nog in het landschap zichtbaar!), Tbc huisje en een watermolen. Verder elementen als wegen, paden, wallen.

Een belangrijk element (en nu nog zichtbaar) uit deze tijd: de vloeiweide. Door een systeem van schotjes werd het water uit de beek omgeleid naar weilanden, zodat deze beter vruchtbaar werden.

Ook nu nog herkenbaar is een landweer: dit is een verdedigingswerk (uit de tijd dat de bisschoppen van Utrecht en Münster problemen met elkaar hadden), bestaande uit een aarden wal met doornige struiken en sloten aan weerszijden en op sommige plaatsen een doorgang, waar men tol moest betalen.

Zie ook de legenda van de cultuurhistorische elementen.

- Tijdvenster 3: ontwikkeling vanaf de Nieuwe Tijd (1850>)

Deze periode wordt vooral gekenmerkt door het ontstaan van het landgoed met lanen, paden, bosranden. Daarnaast werden er bossen met naaldhout aangelegd. Deze waren bedoeld voor de productie van hout.

Verder is er tijdens WO2 veel veranderd door de aanleg van de Fliegerhorst (een enorme uitbreiding van het vliegveld door de Duitsers. Zie hiervoor de legenda militair gebruik.

Hermine Jonker-Bosscha: Wonende op het erve Bosscha ('t Vastert).

Zij laat ons aan de hand van een grote serie foto’s het boerenleven zien op het erve Bosscha. Deze unieke foto’s zijn gemaakt door een onderduiker (dhr. van Gelder, die in 1942 op erve Bosscha was ondergedoken) in de WOII. De foto's laten zien hoe het leven er in die tijd er op de boerderij uit zag: land zaaien met de hand, grasmaaien en hooien met paarden. Ook werd er geslacht op de boerderij en daarna hing het varken aan een ladder die tegen de muur stond. Bijzonder dat in deze tijd zoveel foto's geschoten zijn. Ze vertelt nog hoe ze als jong meisje helemaal geobsedeerd was door de dood van het paard Magdalena. Ze heeft het paard naderhand eigenhandig opgegraven en met behulp van een dierenarts gereconstrueerd en bewaard.

Maria Löbker-Ribbert: Zij vertelt het verhaal van het oorlogsmonument dat op 8 oktober jl. is onthuld aan de Sniedersveldweg en waar 12 gefusilleerde verzetsstrijders en Joden worden herdacht. Bij de onthulling waren wethouder Brand, veel familieleden en andere genodigden aanwezig. Het idee, om een gedenkplek te maken is ontstaan door het boek "de lijst van Haeck". In dit boek wordt verhaald van verzetsstrijders en Joden, die in WOII in een uithoek  van het vliegveld Twente waren vermoord en gedumpt in bomkraters. De plek ligt op het terrein, dat tegenwoordig toebehoord aan Technology Base.

Een werkgroep heeft dit opgepakt: nabestaanden van de slachtoffers benaderen, de verhalen delen en een monument te maken. De plek aan de Sniedersveldweg is (i.s.m. de buurt) zodanig gekozen, dat je, zittend op het bankje, direct zicht hebt op de plek waar de slachtoffers zijn gefusilleerd, begraven en pas in oktober 1947 zijn gevonden.  Dit laatste op aanwijzing van de veroordeelde S.D.-leider Schöber.  Één van de slachtoffers is nooit geïdentificeerd. De lichamen zijn opgegraven en elders herbegraven. Het monument bestaat uit een bord met het volledige verhaal, een gedenksteen en een bankje. Verder heeft Heemkunde een boekje uitgegeven met het volledige verhaal.

In de pauze was er gelegenheid om de uitgestalde fotoboeken van Riet Nijland met foto's van inwoners van Deurningen en omgeving in te zien.

Gerrit Welberg: heeft een indrukwekkende verhaal over de zusters van het St. Antoniusklooster uit Hengelo die in de WOII in Deurningen liefdevol  onderdak kregen.

Initiatiefnemer tot stichting van het St. Antoniusklooster (of Antoniusgesticht) was (bouw)pastoor Gerardus Joannes Beernink van de Lambertuskerk in Hengelo. Hij wilde een klooster en een meisjesschool en krijgt hierbij de hulp van Klopje Naatje, die hem grond schonk nabij de Thiemsbrug. In 1897 is het klooster bewoond door de Eerwaarde zusters "dochters van de congregatie van Kostbaar Bloed". Naast het klooster kwam er een Bewaarschool, een R.K. Meisjesschool en een U.L.O.-school (1916). Hier werd handwerkonderwijs, modevakscholing, handelsonderwijs, stenografie en boekhouden gegeven.

Op 6 en 7 oktober 1944 werd tijdens de bombardementen van Hengelo het klooster verwoest en zijn de zusters eerst naar Delden en een dag later naar Deurningen gevlucht en ondergebracht bij boeren. De dag van de zusters begon heel vroeg: eerst bidden, daarna 3 Heilige missen, bijeenkomst in pastorie, daarna ontbijt bij de boer en de rest van de dag helpen bij de boer en lesgeven.

In 1973 is het klooster afgebroken en vond er nieuwbouw plaats op de hoek Sloetsweg-Havezatenlaan.

Verder zijn de zusters in 2002 verhuisd naar het moederhuis in Sittard.

Tevens vraagt Gerrit aandacht voor het markeboek Deurningen en Hasselo dat binnenkort zal verschijnen.  De marke Deurningen wordt voor het eerst  genoemd in een document van 1634: "Holtinck geholden den 20 martij anno 1634 door holtrichter ende anwesenden goedtheeren der marcke Dorninghe". Het document is ondertekend door de o.a. de holtrichter, het kapittel, hof, kerkenraad en klooster van Oldenzaal.

Na de boeiende lezing van Gerrit sluit Bert Wolbert de avond af, onder dankzegging aan alle aanwezigen, DSVD voor het beschikbaar stellen van de kantine en natuurlijk alle sprekers en medewerkers van de Vereniging Heemkunde Oalde Gemeente Weerselo.

Jos Wolbert