COLUMN - Ooit had ik drie zussen. Vorig jaar kwamen mijn oudste en mijn jongste zus te overlijden. Nu vormen mijn middelste zus, Rolien, en ik de enigen van dat gezin. Wij hadden nooit zo vaak contact, maar omdat we met ons beiden over zijn, wordt de band sterker
Zij is ongeveer 12 jaar ouder dan ik en is getrouwd met een koppige Fries van 85, die letterlijk en figuurlijk op haar leunt. Zijn lopen gaat namelijk steeds moeilijker. Ze wonen in een keurig appartement op de Veluwe en konden zich prima redden tot Rolien laatst een ongeluk kreeg met de fiets en haar bovenarm brak.
Hun kinderen wonen op afstand en hebben het druk met werk en een eigen gezin. Vrienden en kennissen in de buurt zijn op leeftijd. Zodoende werd plotseling een beroep op mij gedaan om te komen helpen. Ik was blij te horen dat met enige moeite een particuliere huishoudelijke hulp gevonden was, die inmiddels is begonnen. De WMO had een wachtlijst van vele weken en gebrek aan personeel. Thuiszorg voor hulp bij het douchen kon gelukkig wel meteen worden geregeld. Eigenlijk was mijn assistentie dus niet of nauwelijks meer nodig. Geruststellen dat het wel goed zou komen en luisteren naar het verhaal hielp al een stuk.
Ondertussen heb ik de kamer en de gang gestofzuigd, de afwas gedaan en er waren nog wat eenvoudige klusjes. Een dominee kan als het nodig is ook de handen uit de mouwen steken. We spraken over de vergrijzing in ons land. Bijna iedereen krijgt wel eens te maken met afhankelijkheid door ouderdom of ongelukken. Het moeilijkst is dan te durven vragen om hulp. De kans bestaat namelijk dat je afgewezen wordt, maar als jij ooit iets voor een ander hebt gedaan, mag je vertrouwen op de medemens.
Ds. Roelof Kloosterzie