COLUMN - Het was een prachtige zomerse week. Maar de kleurrijke rhododendrons – die nog rapper verschrompelden dan dat ze uitbloeiden – en alle andere dorstige bloemetjes, plantjes en gewassen misschien iets minder. Maar we kregen er klaprozen voor terug die nog voor een beetje kleurendiversiteit zorgen tussen al het groene geweld in ons landschap. Het was goed toeven in de lange, zwoele, zomeravonden. Wat ik miste was het gebrom van de ekkelbrommers.
Helaas was er al meer gezoem van de muggen – die had ik nu net wel kunnen missen. Bij de lampen en ramen waren er wel wat ekkelbrommers. Hortend, stotend en dansend vlogen ze tegen het glas aan. Keer op keer op keer. Tot ze ten prooi vallen aan vleermuizen of vogels, of er uiteindelijk zelf bij neer vallen. Daarvoor zitten ze dan 3 tot 4 jaar als engerling in de grond. Weinig meikevers dus. En we zitten inmiddels in juni en hebben genoeg warme dagen gehad. En dat na de invasie van vorig jaar waar ze er nog massaal waren. Maar dat blijkt ongeveer eens in de vier jaar voor te komen. Dat heeft te maken met de cyclus, volgens mijn persoonlijke assistent ChatGPT. Tussen de broodnodige dorstlessende buien stonden er afgelopen zondag nog twee Roomse feestjes op het programma in Dinkelland. Zowel de Plechelmuskerk in Saasveld als de Cuyperskerk in Lattrop bestonden honderd jaar. Beide staan bekend om hun prachtige gebrandschilderde ramen. Die in Lattrop werden vervaardigd door de gebroeders Den Rooijen uit Roermond. Die van Saasveld dichter bie hoes, door Jan Schoenaker uit Oldenzaal. ‘Schilders van God, die kleur gaven aan het leven’, zou Henk Wijngaard zingen. Maar daar hebben de ekkelbrommers geen boodschap aan wanneer ze tegen de kerkramen dansen. Noch van de Bijbelse verhalen en boodschappen die ze erin geschilderd zijn. Je kunt ze het niet kwalijk nemen, het nut van de ekkelbrommer is vooral om te dienen als lekkernij voor andere dieren in de voedselketen. Zou er überhaupt een plekje zijn in de hemel voor de ekkelbrommers? Ze zouden het wel hebben verdiend na 95% van hun leven ondergronds te hebben doorgebracht, om vervolgens als vliegend feestmaal te moeten overleven. Afijn, van wat er zich hierboven afspeelt weten wij ook niets af. Net zoals wat zich verder allemaal afspeelt in ons heelal. En over ons eigen bestaan komen we ook niet verder dan de oerknal. Als mensheid denken we nog wel eens de wijsheid in pacht te hebben – maar in het heelal zijn we minstens zo miezerig en onwetend als de ekkelbrommer die voor de zoveelste keer tegen onze tuinlamp vliegt.