OOTMARSUM - Wie een dezer dagen de NH-begraafplaats aan de Molenstraat in Ootmarsum bezoekt, zal zien dat er bij de graven van de vier Engelse vliegeniers, die op 6 november 1940 omkwamen in Agelo, nu bordjes met hun portretten staan. Een gezamenlijk initiatief van de Vereniging Heemhuis Ootmarsum, in de persoon van Nettie Aarnink en van de buurschapsraad Agelo, in de persoon van Herman Borgerink. En dat na bijna 86 jaar.
Hoe was dat destijds. De omgekomenen vliegeniers waren Kenneth Emm, Douglas Owen Cole, Kenyon Stafford Gowland en Colin James Ray Walker. Op 11 november 1940, toevallig Remembrance Day, de dodenherdenking in het Gemenebest, werden de vier met “Duitse” militaire eer begraven en had de Ootmarsumse bevolking gezorgd voor wel dertig kransen en geld voor heilige missen. Op de graven kwam een houten kruis. In de loop van de vijftiger jaren werden die kruisen vervangen door de grafzerken die er nu staan, voorzien van naam, legernummer en leeftijd en bij twee van de graven vulde de familie het aan met een klein gedicht. Dat alles onder verantwoording van de CWGC, de Commonwealth War Graves Commission. De aarde rondom de graven werd Engels grondgebied. Met alle vier de families was kennelijk destijds in 1945 al contact. Intussen waren het de tachtiger jaren dat de Ootmarsummers Hans Jacobs en Dick Takkenberg het initiatief namen om na zoveel jaren opnieuw contact te zoeken met deze families. Het werd een echte speurtocht. Behalve de familie van Cole, die onvindbaar was, legde men wel contact met de nabestaanden van Walker, Gowland en Emm. Dat resulteerde in een bezoek dat de echtparen Jacobs en Takkenberg aan de families in Engeland brachten. Ook kwamen de families Emm en Walker naar Nederland en werden hartelijk ontvangen in Ootmarsum. De weduwe van Emm bracht aarde mee uit Engeland en voegde die toe aan het graf van haar man en de familie van Walker bracht een capsule met brieven mee en plaatste die in het graf van hun zwager en oom.
Hans Jacobs spande zich met een aantal anderen in voor een monument aan de Oppersveldweg in Agelo, dichtbij de plaats van neerstorten. Daarna was het weer een tijd stil en overleden te vroeg Hans Jacobs en Dick Takkenberg. De laatste was consul van de CWGC en vond op de begraafplaats naast “zijn jongens” een laatste rustplaats. Schoolkinderen uit Agelo en Ootmarsum adopteerden de graven en het monument. Dan is het 2007. Opgegroeid in Nijmegen met veel grote geallieerde begraafplaatsen in de omgeving, was ik gewend om er regelmatig rond te lopen. Onze familie had verschillende graven geadopteerd. We gingen ons in het mooie Ootmarsum vestigen. Het groene bordje van de CWGC bij de ingang van de begraafplaats aan de Molenstraat trok onmiddellijk mijn aandacht en daar trof ik de goed verzorgde graven aan. Door de jaren heen zijn er altijd Ootmarsummers geweest die de graven hebben verzorgd. Wat me opviel was dat op het graf van K.S. Gowland geen leeftijd stond. Bijzonder omdat er wel een legernummer vermeld stond. Zo begon mijn zoektocht. Het bleek dat Kenyon Stafford Gowland 20 jaar oud was ten tijde van het neerstorten van zijn bommenwerper. Op een verzoek aan de CWGC om de leeftijd te graveren op de steen, kreeg ik een tegenvraag. Lever een bewijs. Dat resulteerde in een bezoek van mijn man en mij aan het Engelse Eastbourne en een ontmoeting met een oomzegger van Kenyon, John Gowland en zijn vrouw Michelle. Op het gemeentehuis kreeg ik het gevraagde geboortebewijs. Ook bezocht ik een oude begraafplaats waar bij een familiegraf een steen lag, gewijd aan Kenyon en vermelding van het overlijden in Ootmarsum. Het bericht van de CWGC kwam vrij snel na het opsturen van het geboortebewijs en op een gegeven moment trof ik “Age 20” aan op de grafsteen. Dat gaf voldoening. Intussen heb ik me verdiept in de geschiedenis van de familie Gowland, die zeer bijzonder is. De vader van Kenyon vocht in de Eerste Wereldoorlog en kampte na deze oorlog met een enorm trauma. Het gezin verhuisde naar Canada, waar Kenyon tot zijn 16e is opgegroeid. Zijn vader schreef er een aantal boeken over. Kenyon’s opa was al even bijzonder een klokkenmaker uit Londen, die een succesvol zakenman werd in Eastbourne. Een familielid van de Gowlands is de nobelprijswinaar Sir Frederick Gowland Hopkins. Mijn zoektocht resulteerde in vele foto’s en documenten, waar ik zeker nog iets mee moet doen. Ik moet er tijd voor maken. Met de oomzegger van Kenyon heb ik nog steeds contact en ook met de zoon van Kenyon’s zus, Barbara. Deze Rupert woont op Ibiza en met zijn moeder, die op Sint Edwards Island in Canada woonde, had ik voor haar overlijden ook een aantal malen contact. In de gemeentelijke archieven vond mijn man een brief uit 1947 van de vader van Kenyon, die aankondigde dat zijn vrouw en dochter Barbara het graf in Nederland zouden gaan bezoeken. Joke, de weduwe van Hans Jacobs heeft tot op heden regelmatig contact met de familie van Emm.
De families zijn zonder uitzondering zeer dankbaar dat er na zoveel jaren nog goed voor de graven wordt verzorgd. Van Cole hadden we geen foto en konden die tot voor kort niet vinden. Mariët Blokhuis zocht en vond die uiteindelijk wel en nu waren er vier portretten, die nu op de graven geplaatst gaan worden, in het kader van de actie “Faces of War”. In samenspraak met de huidige consul Alfons Hottenhuis en de huidige beheerder van de NH-begraafplaats mevrouw Wessels, is het plan om de portretten te plaatsen van 4 april t/m 5 mei en van 2 t/m 11 november, elk jaar weer. Lest We Forget. Alphons Weierink heeft afgelopen zondag een herinneringstoer per fiets langs oorlogslocaties begeleid en deed daarbij de begraafplaats aan de Molenstraat en het monument aan de Oppersveldweg aan. Op 3 mei gaat Weierink deze toer nog een keer fieten. Stichting Buurtschapsraad Agelo geeft op zijn website www.Agelo.info informatie over een wandelroute langs oorlogsmonumenten in en rond Agelo en Ootmarsum.
Loon op Zand, 21 april 2026
Josée Temmink-de Leeuw