DINKELLAND - Afgelopen voorjaar deed mijn grasmaaier niet goed. Ik heb nog een drukker. Ik drukte totdat ik een ons woog maar het apparaat liet de grassprieten ongemoeid. De messen moeten worden geslepen concludeerde mijn beperkt technisch brein.
Dus ik op de fiets met m’n grasmaaier naar Gerard. Aangebeld. De expert deed zelf open. “Goei’ndag.” Met vrolijke ogen keek hij naar mij en m’n grasmachientje. Ik legde hem het euvel uit. Hij keek met een deskundige blik. “Oh, mer dé mess’n bint wa good, ik denk dat he nich good is ofstelt. Hier kiek...” Voordat ik het in de gaten had volgde ik op zijn oprit de stoomcursus ‘grasmaaier afstellen’. Ik leerde dat het een kwestie van een knop is. Die kun je in drie hoogtestanden zetten. “Mer ik probear ’t zulf earst wa eff’n,” zei hij welwillend, “haal ‘m took’n wek mer wear op.” Gratis kon ik mijn maaiertje een paar dagen later weer meenemen. Haarfijn afgesteld. De hele zomer had ik een perfect gazonnetje. Vorige week zag ik dezelfde Gerard sneeuwschuiven op zijn oprit. “Dat is ‘t teg’nouwergestelde van grösmeai’n”, zei ik. Met een grote glimlach antwoordde hij: “In ieder geval heel wat annes.” Even later ging ik zelf aan de slag. Onder het schuiven dacht ik, en toch moet er een overeenkomst zijn tussen gazon maaien en sneeuw schuiven. Tuurlijk! Allebei puur handwerk. En dat moet zo blijven. Het begon weer te sneeuwen. Midden op straat riep ik: “Een robotmaaier en robotschuiver komen er bij ons niet in!” Voorbijgangers wezen naar hun voorhoofd. Geen idee waarom.
Peters Pen