DENEKAMP - Onlangs werd het nieuwe college van de gemeente Dinkelland geïnstalleerd. Burgemeester Joosten en de wethouders Olde Kalter (VVD) en De Way (Lokaal Dinkelland) kunnen zich opmaken voor een nieuwe ambtstermijn. Na de gewonnen gemeenteraadsverkiezingen mocht Lokaal Dinkelland een tweede wethouder leveren. Deze werd binnen de eigen gelederen gevonden in de persoon van Manon Olde Meule (49). Voor haar installatie gingen wij in Ootmarsum bij de kersverse wethouder op de koffie.
Tot verbazing van veel Ootmarsummers verscheen in de media het verhaal dat u geen ‘echte Siepel’ zou zijn. Hoe zit dat?
“Klopt, ik ben geboren op het ziekenhuis in Almelo en woonde de eerste drie jaar van mijn leven in Wierden. Maar ik heb daar geen herinneringen aan en weet niet anders dan dat ik in Ootmarsum woon. En de mensen in Ootmarsum weten denk ik ook niet anders dan dat ik een Ootmarsummer ben. Mijn opa had een schoenmakerij aan de Marktstraat, naast het huidige pand van Brasserie Schulten. In 1980 zijn mijn ouders teruggegaan naar Ootmarsum om de schoenenwinkel over te nemen. We woonden boven de winkel, dus ik ben midden in Ootmarsum opgegroeid tussen de schoenen.”
En u bent er ook nooit meer weggegaan, ondanks dat u beroepsmatig veel mooie plekken op de wereld heeft gezien?
“Ja, ik heb altijd in Ootmarsum gewoond en ben ook gedurende mijn studie nooit weggeweest. Ik heb toerisme gestudeerd en ben zo’n twintig jaar werkzaam geweest in die sector. Ik heb in die tijd veel mooie plekken van de wereld mogen zien en ontdek nog altijd graag nieuwe plekken en culturen op verschillende continenten. Maar je kunt ook plekken ontdekken als je zelf altijd in dezelfde stad blijft wonen. Ik ben ook graag thuis en het centrum van Ootmarsum voelt voor mij altijd als ‘thuiskomen’.”
Na uw carrière in de toerismebranche werd u gemeenteambtenaar en sinds afgelopen jaar werkt u ook aan de bestuurlijke kant van de gemeente. Hoe is deze route verlopen?
“Na mijn opleiding in de toeristische sector ging ik aan de slag bij Oad Reizen. Daar werkte ik zo’n zeventien jaar met veel plezier, tot ze in 2013 onverwacht failliet gingen. Met circa honderd collega’s was ik onderdeel van de doorstart als busbedrijf, maar het was niet meer hetzelfde. Eén jaar na de doorstart zijn we met twee collega’s voor onszelf begonnen. Later heb ik de switch gemaakt naar de overheid en ben ik in 2018 als klachtenfunctionaris begonnen bij Gemeente Almelo. Later is dit uitgebreid met mediation. Daarnaast was ik vicevoorzitter van de ondernemingsraad, wat ook een functie op zich was. Bij Oad was ik ook voorzitter van de ondernemingsraad. Daar komt de interesse in bestuur en politiek vandaan. Ook heb ik drie zoons die naar basisschool De Meander zijn geweest, waarbij ik drie keer drie jaar lid was van de medezeggenschapsraad. Dit was ik daarna ook bij het Twents Carmel College toen ze naar De Thij gingen. Naast de scholen heb ik mij ook als vrijwilliger ingezet voor het carnaval en de sport in Ootmarsum, bij de Othmarridders en KOSC. Overal ben ik een jaar of twaalf bij geweest. Maar ik denk dat het goed is als je niet te lang ergens in blijft hangen en op dat punt was ik beland. Wel vind ik het belangrijk dat je wat bijdraagt. Werkend voor een gemeente ben je onbedoeld meer betrokken bij alles wat met politiek samenhangt. Ik was er veel mee bezig en collega’s vroegen of het niet wat voor mij was om de volgende keer mee te doen bij de gemeenteraadsverkiezingen. Ik ben erover gaan nadenken en mij erin gaan verdiepen. Ik heb gekeken wat ik zou kunnen bijdragen en wat ik zelf belangrijk vind. Daarbij kwam ik uit bij het sociaal domein, waarin ik zelf ook werkzaam was en waar mijn affiniteit ligt.”
Waarom heeft u ervoor gekozen om Lokaal Dinkelland te vertegenwoordigen in de politiek?
“Landelijk stem ik al jaren op dezelfde partij, maar lokaal kijk je toch anders. Welke mensen zitten erbij? Waar staan ze voor en wat zijn hun ideeën? Hoe voel ik mij daarbij? Om die redenen stem ik al jaren Lokaal Dinkelland en stond het voor mij vast dat Lokaal Dinkelland mijn partij was. In september 2025 ben ik lid geworden. Lokaal Dinkelland had veel goede en jonge leden, maar ik zag dat er nog ruimte was voor mensen met interesse in het sociaal domein. Voor mij zag ik een mooie stap om mij hard te maken voor de inwoners van Dinkelland, dus mailde ik de partij dat ik me graag extra wilde inzetten en beschikbaar was om mee te denken over wat er nodig was. Daarop volgde een prettig gesprek met Benny Tijkotte, Jos Johannink en Annette Zwiep (fractievoorzitter en oud- wethouders, red.). Gelukkig heeft Annette veel ervaring in het sociaal domein en waren zij ook gelijk enthousiast. Ik besloot om alles vanuit mijn werk- en levenservaring mee te nemen en mij verkiesbaar te stellen.”
U stelde zich verkiesbaar als raadslid en bent nu wethouder.
“Het raadslidmaatschap was de intentie. Dat dit het vervolg zou zijn had ik niet voorzien. Annette zei het een keer tussen neus en lippen door. Ik dacht nog dat zij een grapje maakte, maar het was van haar uit al heel serieus bedoeld. Ik stond als nummer 4 op de lijst en vond dat al spannend. Lokaal Dinkelland won de verkiezingen en met 342 stemmen eindigde ik ook als vierde op onze lijst qua stemmen. Van alle kandidaten uit Ootmarsum had ik de meeste stemmen. Een prettig resultaat waar ik heel trots op ben. De donderdag voor Pinksteren werd er met de fractie een klap gegeven op de samenwerking met de Dinkellandse VVD. Dat moment was de formele beslissing om met twee partijen door te gaan, wat automatisch betekende dat Lokaal Dinkelland met twee wethouders zou komen. Dat Richard de eerste wethouder was, stond voor iedereen vast. Daarop kreeg ik de formele vraag om de tweede wethouder te worden. Dat was voor mij absoluut een verrassing.”
Heeft u nog getwijfeld over deze beslissing?
“De volgende dinsdag, voor de raadsvergadering, was het moment waarop de beslissing moest worden gedeeld. Er werd mij op het hart gedrukt om er het pinksterweekend goed over na te denken. Dat had ik al wel gedaan door de eerdere informele vraag die nog in mijn achterhoofd zat. Na het faillissement van Oad deed het best wat om opeens ‘op straat’ te komen. Als alleenstaande met drie kinderen in een dure leeftijd moet je het behapbaar krijgen. Bij Gemeente Almelo had ik een vaste baan met stabiliteit. Dat was het dilemma. Maar dat is de persoonlijke kant. Het wethouderschap is veel te groot en belangrijk om over te twijfelen. Als ik niet zeker zou weten dat ik dat zou kunnen, had ik geen ‘ja’ gezegd. Daar heb ik volle overtuiging in. Bij de Gemeente Almelo had ik natuurlijk ook te maken met ambtenaren die samenwerken met wethouders en hen heb ik onder andere gevraagd eerlijk te oordelen of ze het mij zagen doen.”
Twee wethouders gaan voor een nieuwe termijn, toch vervangt u niet één op één de portefeuilles en kernen van uw voorganger Cel Severijn.
“Mijn portefeuilles gaan grotendeels het sociaal domein behelzen. Alleen geen onderwijs en sport. Cel had bijvoorbeeld ook nog volkshuisvesting, dat heb ik niet. Na een half jaar had Richard jeugdwet en jongeren van hem overgenomen, die portefeuille heb ik teruggekregen. Naast het sociaal domein heb ik toerisme en recreatie. Dat was een wens van mij omdat ik daar een achtergrond in heb. Het is prettig voor een startende wethouder dat er onderwerpen op tafel komen waar je op z’n minst een bepaalde basiskennis over hebt. De kernen zijn ook anders. Cel was kernwethouder van Weerselo, Saasveld en Deurningen. Ik krijg Denekamp, Deurningen en Rossum. Wat dat betreft hebben we de oude gemeentelijke indeling losgelaten.”
Ogenschijnlijk krijgt uw partij met twee wethouders veel ‘in de melk te brokkelen’. Wat gaat Dinkelland hiervan merken?
“Voor mij was het een fijn begin om met de voltallige raad te werken. We hebben eerst bij ’t Stift met z’n allen aan het raadsakkoord gewerkt. Dan is er een informele basis waarop je elkaar leert kennen. Er zijn nieuwe raadsleden en met de BBB is er ook een nieuwe partij wiens meningen en standpunten even belangrijk zijn. Vervolgens kun je inhoudelijk met elkaar aan de slag en kun je op een punt komen dat je het met zoveel mensen eens kunt worden. Ik denk dat in hele brede zin de standpunten van de partijen niet heel veel uit elkaar liggen. Als college gaan we werken volgens een raadsakkoord waarbij ieder raadslid afzonderlijk zijn zegje heeft kunnen doen, en daarmee dus ook alle partijen. Ik verwacht niet dat we in Dinkelland een andere koers gaan varen, dus de inwoners zullen waarschijnlijk weinig grote verschillen ervaren. Je moet het samen doen mét elkaar. Door met negatieve punten elkaar de tent uit te vechten kom je er niet. Het zal echt wel eens voorkomen dat er zware discussies of woordenwisselingen zijn. Maar zoals ik het heb ervaren kunnen mensen daarbuiten prima door een deur. In de vorige periode zijn we gestart met een raadsbreed akkoord, dat is heel goed bevallen. Voordat de verkiezingen überhaupt waren gestart, was al bepaald dat dat ook de insteek voor deze periode zou zijn. Het idee erachter vind ik heel goed en ik vind het een mooi beginpunt dat een goede band schept voor de raad in zijn geheel.”
‘Ik verheug mij erop om een deel van mijn kennis en levenservaring te kunnen samenbrengen in de nieuwe rol als wethouder’
En hoe verhoudt zich dat in het college met één wethouder van een andere partij?
“Richard kende ik natuurlijk al een beetje vanuit de partij. Rob kende ik nog niet omdat hij had aangegeven alleen als wethouder aan te blijven en zijn raadslidmaatschap had opgegeven. Hij was er dus bij de start van de nieuwe raad ook niet bij. De nadere kennismaking volgde in een gesprek met de beoogde wethouders en hun fractievoorzitters. Ik heb daar aangegeven dat ik wil dat wij een drie-eenheid van mensen zijn en dat hij niet het gevoel krijgt te moeten opboksen tegen twee partijgenoten. In het verleden waren er nog wel eens ‘eilandjes’, maar het partijbelang staat niet meer voorop. Het gaat nu om de inwoners en de gemeente. We moeten zorgen dat we met z’n drieën, samen met de burgemeester een eenheid zijn. Dit is eruit gekomen – wij zijn naar voren geschoven als degenen die het in de rol als wethouder moeten gaan doen.”
Waar kunnen de inwoners van Dinkelland u van kennen?
“In Ootmarsum zullen heel veel mensen mij linken aan de schoenenwinkel van mijn opa en ouders. ‘Oh, den van Olde Meule’ gaat het dan. In Ootmarsum ben ik ook lang actief geweest in het verenigingsleven. Onder andere bij de organisatie van het ‘Oetbloasweekend’ en de kledingcommissie van KOSC, en de kindercarnavalscommissie van de Othmarridders, waarvan de laatste jaren als voorzitter. Buiten Ootmarsum kennen veel mensen van mijn generatie mij van vroeger omdat we allemaal naar de middelbare school in Oldenzaal gingen. En later was er veel contact met ouders van de generatie van mijn kinderen.”
Wat doet u graag in uw vrije tijd als u niet met politiek bezig bent?
“Het vrijwilligerswerk vond en vind ik altijd heel belangrijk. Ik stimuleer mijn kinderen, voor zover mogelijk naast werk en studie, ook om daarin actief te zijn. Zonder vrijwilligers houden verenigingen het hoofd niet boven water. Het wordt wel eens vanzelfsprekend gevonden dat er een trainer op het veld staat of dat er een optocht wordt georganiseerd, maar het zijn allemaal mensen die het op vrijwillige basis doen. Zonder die mensen kom je nergens. Nu blijft er niet zo heel veel vrije tijd over, maar ik geniet heel erg van de tijd die ik nog heb met de jongens. Ik kijk altijd uit naar de vakanties waarin je – zonder verplichtingen – echt met z’n vieren bent. Het reizen blijft ook een hobby. Vanuit mijn achtergrond in het toerisme ben ik er altijd mee bezig om elke keer een ander soort vakantie te doen en nieuwe plekken en culturen te ontdekken. Met de jongens heb ik ook afgesproken dat ik met ze één op één op vakantie ga naar een plek waar we nog niet zijn geweest wanneer ze zijn geslaagd voor hun examen. Met de oudste ging ik naar New York en met de middelste naar Liverpool voor een wedstrijd op Anfield. De jongste is net geslaagd en weet nog niet wat het wordt.Gelukkig kunnen mijn ouders ook nog relatief goed en wonen ze hier om de hoek. Aan het eind van de zomer gaat mijn vader met vrienden golfen in Duitsland. Dan ga ik met ‘moeders’ de boot op, dat heeft ze nog nooit gedaan.”
Heeft u uw hond met ‘Joya’, net als uw kinderen, een Scandinavische naam gegeven?
“Haha nee. Dat verwachten veel mensen omdat we met Jorg, Mika en Yrjo voor Scandinavische namen hebben gekozen voor onze zoons. Maar Joya hebben we via een organisatie die straathonden opvangt in Portugal. De naam is dus Portugees.”
Wat kunnen de inwoners van Dinkelland van u als wethouder verwachten?
“In Almelo heb ik aan ‘de andere kant’ gezeten. De schaal is anders, maar de problematiek is vergelijkbaar. Ook in Dinkelland zijn er mensen die een beroep moeten doen op de participatiewet. Bij een beslissing of besluit als wethouder denk ik na over wat dit betekent voor de ambtelijke organisatie. Vanuit mijn eigen ervaring als ambtenaar kijk ik wat ik kan bijdragen aan een gezamenlijke en werkbare oplossing. Wat ik mij heb voorgenomen is om heel dicht bij mezelf te blijven. Menselijk, eerlijk en verbonden. Oog en oor hebben voor anderen. Dat vind ik heel belangrijk. Ik geloof in een Dinkelland waar we naar elkaar omkijken en samen bouwen aan sterke, leefbare kernen. Verbinden, samenwerken en oog hebben voor de menselijke maat staan voor mij centraal. Ik kom op voor mensen die vastlopen of het minder gemakkelijk hebben. Door altijd in gesprek te gaan en ruimte te geven aan goede ideeën wil ik bijdragen aan een gemeente waar iedereen mee kan doen. Samen sterk voor elke inwoner, daar ga ik mijn uiterste best voor doen.”
Landelijke crisissen moeten worden opgelost.
Uiteindelijk zullen er de komende vier jaar onpopulaire beslissingen moeten worden genomen. “Vooralsnog zijn er uitdagingen die voortkomen uit het landelijke, daarin zijn wij als Dinkelland niet uniek. Je moet opereren binnen de wetten en regelgeving, sterk ander beleid is niet mogelijk. Een voldongen feit is dat wij opvanglocaties gaan creëren voor immigratie. We hebben nog niet aan de spreidingswet voldaan. Ik besef dat veel mensen er tegenop zien en het niet willen, maar we moeten aan de bak voordat we de regie kwijtraken. We hebben al plekken in Dinkelland waar mensen van elders verblijven. Daar is weinig tot geen overlast. Ik denk dat de druiven helemaal niet zo zuur zijn en hoop dat we over een tijdje in Dinkelland tot de conclusie ko- men dat het best meevalt. Wat betreft de windmolens heeft de provincie de regie, maar blijft onze inzet erop gericht dat de normen van ons eigen windbeleid worden gehanteerd. En er is behoefte aan huizen. Gelukkig komen er weer projecten, bijvoorbeeld in Rossum wordt er het komende jaar flink gebouwd. Hopelijk komen daar nog meer woningbouwprojecten bij. Binnen het sociaal domein lopen de kosten op. Er is daardoor minder geld, dus moeten we samenwerken en zoeken naar creatieve oplossingen. Wat de nieuwe stikstofplannen betreft zal er in de zomer meer duidelijk worden. De nu gepresenteerde plannen hebben veel impact, maar vragen nog uitwerking en een Haags besluitvormingsproces. We blijven ons inspannen voor perspectief voor de agrariërs in Dinkelland.”
Wat is uw favoriete plek in Dinkelland?
“We hebben een prachtig coulisselandschap. Maar hoe mooi ik dat ook vind, als ik er één moet noemen is het toch het centrum van Ootmarsum. Dat klinkt misschien gek, maar ik ben een ‘stadsmeisje’. Daar liggen mijn roots. Maar als ik er nog een paar mag noemen, dan vind ik het Springendal en ’t Stift ook hele mooie delen van de gemeente. Er zijn weinig plekken in de gemeente waar ik niet zou kunnen aarden, terwijl de kernen toch wel verschillend zijn. Ze hebben allemaal hun eigen identiteit en charme. Dat maakt Dinkelland als geheel een hele fijne plek.”
Waar kijkt u het meest naar uit in uw functie als wethouder?
“Ik ga heel veel nieuwe mensen leren kennen en heel veel leren. Het is mooi mij nu in de zomer op een rustiger tempo de dossiers en ambtelijke organisatie eigen te kunnen maken. Ik ken de weg nog niet. Daar kan ik mij de komende weken mooi mee bezighouden. Ik verheug mij erop om een deel van mijn kennis en levenservaring te kunnen samenbrengen in de nieuwe rol als wethouder van Dinkelland.”
Manon Olde Meule (49) werd op 19 april 1977 geboren in het ziekenhuis te Almelo. Op driejarige leeftijd keerden haar ouders terug naar Ootmarsum om de schoenenwinkel van opa Olde Meule over te nemen. Olde Meule groeide op boven de schoenenwinkel in het centrum en bleef altijd in Ootmarsum. Hier woont ze nu samen met haar zoons Jorg (20), Mika (18), Yrjo (16) en gezinshond Joya.