COLUMN - Hij wenste zelfinzicht en bezocht mij voor een opstelling. Mannen bezoeken mij minder dan vrouwen. Hoe zou dat komen? Een biologisch gegeven? Of toch cultureel?
Ik moest even denken aan een lied van
Herbert Grönemeyer dat mijn partner
weleens gedraaid heeft.
“Männer weinen heimlich, müssen durch jede Wand,
müssen immer weiter.” Kop ervoor.
Vedan!
Maar ondertussen weten ze soms zelf niet
eens meer hoe het écht met ze gaat.
Het blijft een bijzonder moment als een man
zelf contact opneemt. Vaak hoor ik eerst
drie minuten uitleg over werk, rugklachten,
vermoeidheid of gedoe thuis. En ergens
halverwege komt dan ineens de echte zin:
“Ik weet eigenlijk niet meer wat ik voel.”
Kijk. Dan begint het pas.
En ik moet bekennen… Dat vind ik mooi,
want dan beginnen we ergens te komen.
Niet dat mannen ineens uren over hun
gevoel moeten praten. Dat beeld leeft soms
nog steeds over familieopstellingen. Alsof je
direct op blote voeten naar je ‘innerlijke kind’
moet wandelen.
Nee joh.
Kwetsbaarheid is niet zacht.
Kwetsbaarheid vraagt juist lef.
Durven zeggen dat je moe bent. Dat je boos bent.
Dat je je vader mist terwijl hij er nog is.
Dat je huwelijk meer stilte dan gesprek is geworden.
Dat je je niet groter voordoet dan je bent,
maar jezelf gewoon eerlijk opstelt.
En laat dat nou precies mijn vak zijn: opstellen.
Iemand kan binnenkomen met een houding
van: “Nou, ik weet niet of dit iets voor mij is
hoor.” Armen over elkaar. Maar een uur
later staat er iemand die ineens begrijpt waarom
hij altijd zo hard werkt. Waarom hij zich
verantwoordelijk voelt voor iedereen.
Waarom ontspannen ongemakkelijk voelt.
Dat zijn geen kleine dingen.
Dus misschien mag het beeld van de man
wel een beetje veranderen. Niet minder sterk.
Maar wel eerlijker.
Een man hoeft niet altijd de rots te zijn. Hij mag
soms ook degene zijn die ertegen leunt.
Carla Oude Elbering - systemisch werker 06 – 23305211
www.carlaoudeelbering.nl