Terug
Stadsdichter Ootmarsum

Henny Olde Meule presenteert als stadsdichter van Ootmarsum een fraaie gedichtenbundel

OOTMARSUM – Donderdag 15 oktober vierde Heemhuis Poorten Frederik zijn zestigste verjaardag in de kloosterkapel. Tijdens deze bijeenkomst werd onder andere stilgestaan bij tien jaar stadsdichterschap. De vierde en laatste stadsdichter onder de vlag van Heemhuis was Henny Olde Meule (71). Tijdens zijn stadsdichterschap van 2023 tot en met 2026 bracht hij veertig gedichten uit. Olde Meule presenteerde deze avond zijn gedichtenbundel. De bundel bevat al zijn gedichten, voorzien van kleurrijke illustraties. Zeven daarvan zijn gebaseerd op zijn eigen olieverfschilderijen.

Guido Tijman |

Henny Olde Meule is geboren, getogen en nog altijd woonachtig in Ootmarsum. De Ootmarsummer is ondernemer in de bouw- en vastgoedwereld en was ook twaalf jaar lid van de Provinciale Staten. Zijn stadsdichterschap kwam voor velen als een verrassing. Na het uitbrengen van zijn gedichtenbundel bezochten wij Olde Meule voor een terugblik op zijn werk. 

Toen u in 2023 stadsdichter werd, zagen zelfs de mensen in uw omgeving dat niet aankomen. 

“Klopt. ‘We hadden niet van jou verwacht dat jij dicht, jij bent een zakenman’, kreeg ik te horen. Maar ik schilder ook. Die creativiteit heb ik kennelijk altijd gehad, maar nooit op die manier geuit. Als ondernemer ben je ook de hele dag creatief, maar op een ander vlak. In essentie is dat hetzelfde. Het is niet elke kunstenaar gegeven om ervoor te leven. In mijn werkzame leven had ik ook geen tijd om een poging te doen. Nu is er tijd voor en blijkt dat het schilderen heel veel plezier geeft. En ook aan het dichten beleef ik veel plezier. De creativiteit als ondernemer heb ik voortgezet met kunstschilderen en dichten. Oftewel met pen en penseel.” 

Wat was de aanleiding om te gaan dichten en stadsdichter te worden?

“Het is me overkomen. De aanleiding was Heemhuis Poorten Frederik Ootmarsum. Dat gebouw was eerst een bibliotheek. Toen het was gelukt om het huis voor Ootmarsum te behouden, was ik daar als Ootmarsummer heel blij mee. Tegelijkertijd schreef het Heemhuis een prijsvraag uit om een gedicht in te dienen met als thema Poorten Frederik. De uitverkorene zou stadsdichter worden. Het stadsdichterschap was voor mij helemaal niet aan de orde, maar ik was wel geïnspireerd dat dit monumentale gebouw voor Ootmarsum behouden bleef. Ik schreef er een gedicht over. Het bleef drie weken op de keukentafel liggen, maar ik heb het uiteindelijk toch ingediend. Daarmee was het voor mij afgesloten. Toen het telefoontje kwam, was ik helemaal verrast. Ik wist even niet meer hoe ik het had en dacht letterlijk ‘wat heb ik mij nu op de hals gehaald’.” 

En toch ligt hier nu de gedichtenbundel van stadsdichter Henny Olde Meule op tafel.

“Dat belletje was een gegeven: ‘je bent de nieuwe stadsdichter’. Je hebt het ingediend, dus je hebt geen keuze. Het is me gewoon overkomen en dan pak je het op. En gaandeweg heb ik er heel veel plezier in gekregen. Het bleek een verborgen interesse. Er was veel vrijheid om het in te vullen. Uiteindelijk is er elke maand een gedicht gekomen. De Almabtrieb was er al snel en heb daarover geschreven. Vervolgens werd mij gevraagd om het voor te dragen en zo ging het verder. Er ging een antenne uit naar wat er gebeurde en zo had ik onderwerpen genoeg  voor een maandelijks gedicht. Na een jaar zeiden ze ‘ga maar door’. En zo zijn er uiteindelijk veertig gedichten in drie jaar tot stand gekomen.”

U verscheen vaker ten tonele met uw gedichten en werd zo een bekend gezicht. Hoe reageerden mensen daarop?

“Ik schreef onder auspiciën van het Heemhuis. De gedichten werden gepubliceerd via de kanalen van het Heemhuis, te weten Dinkelland Visie, op de website van In & Om Ootmarsum en op de website van Heemhuis. Als stadsdichter werd ik ook gevraagd voor officiële gelegenheden’. Zo schreef ik ook gedichten die ik voordroeg bij Kunst in Ootmarsum, 80 jaar Bevrijding, de uitreiking van de Michelinster aan Ootmarsum en de onthulling van het bronzen beeld ‘De Commandeur’. Situaties in de gemeenschap stimuleren mij om er een gedicht over te schrijven. Zo ook om bepaalde mensen over het voetlicht te brengen. 

Toch schuwde u ook de maatschappijkritiek niet. Zo hield u Ootmarsum in uw laatste gedicht een spiegel voor.

“In mijn laatste gedicht heb ik Ootmarsum een spiegel voorgehouden om het toerisme in goede harmonie te laten blijven met haar trotse inwoners. Met andere woorden dat de tolerantie tussen een groeiend aantal bezoekers en inwoners in de toekomst geen geweld wordt aangedaan. Want in hoeverre kun je de boog nog gespannen laten? In de bundel staat ook een gedicht over de bekende parkeerproblematiek. Zoals bij alle gedichten is daar een illustratie bij gemaakt. De gemeente was ook eens van plan om het Theehuis in Engels’ Tuin te verkopen. Met wethouder Brand heb ik er toen over gesproken dat het Theehuis cultureel erfgoed is in plaats van maatschappelijk vastgoed, en daar ook een gedicht over geschreven. Het plan om het theehuis te verkopen werd uiteindelijk geschrapt, dat was wel grappig. Vaak zit er een politieke of maatschappelijke boodschap verwerkt over een thema in of rondom Ootmarsum.”

U beleeft er nog plezier aan en de mensen lezen het nog graag. Heeft u erover nagedacht om te blijven publiceren in de Dinkelland Visie en op In & Om Ootmarsum? 

“Ik was de vierde stadsdichter en iemand anders had het ook kunnen doen. Maar het Heemhuis heeft na tien jaar stadsdichterschap voor een ander thema gekozen. Zij gaan met jonge troubadours verder. Ik heb gemerkt dat mijn gedichten gelezen en gewaardeerd werden. Ook komt de vraag of ik nog verder ga. De deur zit nog niet dicht. Ik ga nadenken hoe ik dat in voorkomend geval zal gaan vormgeven.  Wel hoop ik dat er aandacht komt voor twee jubilea die in aantocht zijn: het zestigjarig bestaan van openluchtzwembad ‘De Kuiperberg’ in 2027 en het 250-jarig bestaan van de Bentheimer zandstenen stadspomp in 2028. Het zou mooi zijn als er initiatieven komen om rondom deze gebeurtenissen festiviteiten te organiseren. Bij de stadspomp zou het leuk zijn als dat vergezeld gaat met het opbouwen van de twee nog opgeslagen stadspoorten van de Siepelmarkten en met bijvoorbeeld middeleeuwse ridderspelen in het centrum. Dat zijn bijzondere jubilea die niet geruisloos voorbij mogen gaan.”  

Hoe kijkt u terug op drie jaar stadsdichterschap? “

Al met al kijk ik terug op een boeiende periode, waarbij ik met ontzettend veel plezier Ootmarsumse gebeurtenissen, personages, gebouwen of andere actuele zaken met mijn dichterlijke ganzenveer aan het papier heb toevertrouwd.” 

 

De kleurrijk geïllustreerde gedichtenbundel van 80 pagina’s is verkrijgbaar bij Speciaalzaak Brummelhuis en museumwinkel Ton Schulten.  

 

Boekomslag Stadsdichter Ootmarsum