Van de basisschool naar het voortgezet onderwijs: voor veel leerlingen en hun ouders een spannende, grote stap. Eentje waarbij ze houvast nodig hebben. Duidelijkheid en vertrouwen. Over de kwaliteit van het onderwijs, ontwikkelingsmogelijkheden en of je je er thuis en gesteund zult voelen. Juist daarin maakt Twents Carmel College het verschil. Vanuit drie onderbouwlocaties in Losser, Denekamp en Oldenzaal is besloten om nog nauwer samen te werken vanuit één onderwijsvisie, met één directeur.
Van locatiedirecteur naar onderwijsdirecteur onderbouw
De eerste jaren op de middelbare school zijn essentieel voor de ontwikkeling van een leerling. “Onze ambitie is dat het niet uitmaakt of een leerling in Losser, Denekamp of Oldenzaal naar school gaat. Iedere leerling verdient dezelfde kansen en kan rekenen op dezelfde kwaliteit van onderwijs”, zegt Javier Castilla Martin, huidige locatiedirecteur van locatie Denekamp en De Thij. Nu nog, want vanaf augustus mag hij zich als onderwijsdirecteur onderbouw ook ontfermen over de onderbouwlocatie Losser. “Door de onderbouwlocaties sterker met elkaar te verbinden, leggen we een stevige basis voor een succesvolle doorstroom naar de bovenbouw en vergroten we de kansengelijkheid voor al onze leerlingen.”
Rijk onderwijs: ontwikkeling van hoofd, hart en handen
“Naast het overbrengen van kennis is er veel aandacht voor de ontwikkeling van sociale en persoonlijke vaardigheden, burgerschap en onderzoekend leren. Dat betekent dat we ze uitdagen en prikkelen om te ontdekken wie ze zijn en wat ze kunnen. De komende jaren versterken we dat verder met modulaire lessen. We bieden ook rust: dankzij dakpanklassen krijgen leerlingen langer de tijd zich te ontwikkelen voordat een definitieve keuze voor een onderwijsniveau wordt gemaakt.”
Samen kun je het
Leren doe je niet alleen. Daarom bouwen we aan een school waarin leerlingen worden omringd door professionals die samen verantwoordelijkheid dragen voor hun ontwikkeling. Docenten werken vanuit hun vak én vanuit een gedeelde zorg voor de leerling. Betrokken en dichtbij. Niet alleen bij hun schoolwerk, maar vooral ook bij wie de leerlingen zijn en wat hun talent is. “Een schoolgebouw kan groot zijn, maar de aandacht voor de leerling moet altijd persoonlijk blijven”, benadrukt Javier Castilla Martin.